Genoeg
28 april 2009Stokpaardjes zijn gekke dingen. Natuurlijk, in letterlijke zin is dat zeker zo. Een paardenhoofd op een stok. En dan zelf briesen en snuiven. Om er nog enigszins een realistische draai aan te geven. Niet veel later ontdek je dat er meer is. Van vriendjes leer je dat je met een wasknijper en een kartonnetje op je fiets net een brommer bent. Prrrrrrt.
Het stokpaardje van nu is natuurlijk niets anders. De verloren zoon. De overspelige vrouw bij de put. Bono’s poverty-preek. Knielen op een bed violen. Het zijn de dingen waar ik dan een poos vol van ben, kleine mantra’s waarmee ik gesprekken doorspek, de triviantjes van het geestelijk leven. Maar het duurt nooit lang, of er is iets nieuws. Mijn micro-evangelie van dit moment heeft alles te maken met ‘genoeg’. O, al dat geconsumeer van mij laat me maar niet los. Ik ben dan ook verwoed op zoek naar de toverspreuk waarmee ik het hebberige monstertje in me tot bedaren kan brengen. En ja, dat komt natuurlijk ook een beetje door de ongezouten filmpjes van John Piper. Want als je die hebt gezien, nou, dan loop je wel even wat vromer door de AH XL. En op zo’n moment denk ik heel oneerbiedig:
Wat fijn dat er Amerikanen zijn. Dat er een mensen zijn die, wat consumeren betreft, uitblinken in het uitblinken daarin. Met hun Wallmarts, gallons diesel, General motors, anabolenbiefstukken, gemixte rosés, christelijke bookstores van het formaat Hema, en hamburgers zo groot als hoofdkussens. Kijk, een leuk filmpje: